De familie Borie is inmiddels drie generaties lang eigenaar van dit statige chÒteau, dat uitkijkt over de Gironde. Sinds zijn aantreden in 2003 heeft Bruno Borie zich één ambitieus doel gesteld: ChÒteau Ducru-Beaucaillou positioneren als een van de toonaangevende wijnen van de Médoc.
De wijngaarden zijn beplant met cabernet sauvignon (70%) en merlot (30%), waarbij met name de cabernet sauvignon optimaal tot expressie komt dankzij het uitzonderlijke terroir. Zoals de naam reeds suggereert, wordt ChΓ’teau Ducru-Beaucaillou gekenmerkt door een overvloed aan karakteristieke kiezelstenen β de zogenoemde beaux cailloux. Deze worden in geologische termen aangeduid als GΓΌnziaans grind: kwartskiezels die circa twee miljoen jaar geleden, in het vroege Kwartair, door de toenmalige loop van de Garonne zijn afgezet.
Een wandeling door de wijngaarden onthult een opmerkelijke lithologische diversiteit, met onder meer Lydische jaspis uit de PyreneeΓ«n, vuursteen, kwarts en agatoΓ―de gesteenten. Dit GΓΌnziaanse grind resulteert in bodems met een geringe beschikbaarheid aan voedingsstoffen voor de wijnstok. Juist deze agrologische schaarste vormt echter de basis voor de uitzonderlijke kwaliteit van de wijnen: een natuurlijke selectie die leidt tot concentratie, complexiteit en finesse.