ChÒteau Haut-Brion heeft al zeer lang een internationale reputatie. De kelderverslagen van de Engelse koning Karel II vermelden al dat maar liefst 169 flessen Hobriono werden geserveerd aan de koninklijke tafel. In 1663 schreef Samuel Pepys in zijn dagboek dat hij "een soort Franse wijn had gedronken die Ho Bryen heette en een goede en uiterst specifieke smaak had die ik nog nooit ben tegengekomen". Ook Thomas Jefferson prees de wijn tijdens zijn bezoek aan Bordeaux in 1787.Het landgoed was lange tijd ongedeeld eigendom van de familie Pontac, zeer rijke edellieden en belangrijke leden van het parlement van Bordeaux. Maar toen François-Auguste de Pontac in 1694 stierf, werd het domein in twee delen opgesplitst. Pas in 1840 - na veelvuldig van eigenaar te zijn gewisseld (één van degenen die het wijngoed kort in bezit hadden, was Charles-Maurice de Talleyrand van 1801 tot 1804) - kwam het domein weer in één eigendom, namelijk van Eugène Larrieu.Zijn familie behield het eigendom tot na de Eerste Wereldoorlog, maar na een moeilijke tijd en enkele niet zo succesvolle eigenaars, werd het chÒteau in 1935 gekocht door de Amerikaanse Clarence Dillon. Zijn kleinzoon, prins Robert van Luxemburg, heeft momenteel de leiding over het chateau.